TERUG NAAR START
Antonie van Domselaar
GeslachtMan
Leeftijd71 jaar
 
Geboren31-12-1789teWoudenberg
Gedoopt3-1-1790teWoudenberg
Overleden12-5-1861teBuenos Aires (Arg)
Vader Cornelis van Domselaar
 Geboren 26-9-1756
 Overleden 4-1-1836
Moeder Maria Schras
 Geboren ?-8-1762
 Overleden 6-2-1814
Zus  Jannetje Of Jannigje Geb. 19-8-1791
Zus  Gerritje Geb. 26-9-1793
Broer  Jan Geb. 9-3-1796
Zus  Petertje Geb. 14-9-1798
Zus  Teuntje Geb. 26-3-1801
Broer/zus  kind 6 Geb. 6-2-1807
 
Huwelijk 26-4-1820 te Woudenberg
 
metMaria van den Berg
 Geboren3-4-1799
 Overleden11-7-1848
Kinderen  Maria
Gertrudis
Cornelio
Gijsbertus Bernadino
Notities persoonIn 1851 vindt er een boedelbeschrijving plaats van wijlen Hendrik van Huijgenbos, landb., ov. 05-08-1841 te Scherpenzeel. bezit o.a. een kamp bouwland, genaamd de Omloop, te Woudenberg, sectie B 301, groot 1 bunder, 47 roeden. Titel van aankomst: gekocht voor f 500,= van Anthonie van Domselaar x Maria van den Berg, op 22-04-1829, not. H.A. Vlieckx te Amersfoort. Volgens de koopacte is het 1 bunder, 70 roeden, 36 ellen. En een kamp bouwland, genaamd de Eshof, op de Ekrisdijk onder Woudenberg, sectie B 299, groot 1 bunder, 27 roeden. Titel van aankomst: publiek gekocht voor f 475,= van Anthonie van Domselaar x Maria van den Berg, op 05-02-1829, not. H.A. Vlieckx te Amersfoort. (Notarieel Scherpenzeel 4132, nr. 30; 0210-1851)

Antonie van Domselaar emigreerde met zijn gezin eind 1841 naar Uruquay en stond op 12-01-1842 ingeschreven in de plaats Aigua, toentertijd een gehucht 88 km ten noorden van de hoofdstad Maldonado. Eind 1847 begin 1848 emigreert Antonio, samen met ( de Duitser) Frederico Frers , inmiddels zijn schoonzoon aangezien hij vóór 20-05-1845 met zijn dochter Maria was getrouwd, naar Argentinië. Zij hielden zich daar bezig met het fokken van schapen en exporteren van wol, iets wat zij vermoedelijk in Uruquay ook deden. In 1849 werd er door Antonio en Frederico gezamenlijk het eigendom gekocht van de maatschappij SAÉNZ, een bedrijf wat zich bezig hield met het exploiteren van gronden. De totale oppervlakte van de gronden bedroeg 4000 hectare en werd verdeeld tussen Antonio en Frederico, waarbij zij hun werkzaamheden van fokken van schapen en exporteren van wol verder konden uitbreiden.

Ná het overlijden van Antonio werden zijn gronden gelijkelijk verdeeld tussen zijn 4 kinderen Bernardino, Cornelio, Gertrudis en Maria. Inmiddels liep er een spoorweg door het land van de Domselaar’s en door de handel die er was werd er een Stationnetje gebouwd waardoor de wol makkelijker te exporteren was naar de havens van Buenos Airos. Dat stationnetje werd op 14-08-1865 geopend als “Domselaar”. Inmiddels had Bernardino in 1868 naast het station een zoutfabriek gesticht. Dat werd de kiem van een bevolkingstoename daar, wat vóór die tijd slechts uit 9 personen bestond.

De gronden waar de spoorlijn overheen liep was als ruil voor het behoud van het station inmiddels geschonken door Bernardino van Domselaar aan de Great Southern Railway en de overige gronden werden door Bernardino verkocht aan speculanten. Vanaf dat moment begon de ontwikkeling van de plaats DOMSELAAR.